Het wordt tijd dat het ministerie van Justitie samen met de Dienst Justitiële Inrichtingen en collega's van Jeugd en gezin de mogelijkheden verruimt voor gedetineerde moeders om contact te houden met hun kind(eren). Het gaat hierbij vooral om obstakels rond de begeleiding van het kind bij het op bezoek gaan en bezoektijden. Een ander knelpunt is dat er op dit moment niemand officieel verantwoordelijk is voor het welzijn van de kinderen wanneer de moeder in de gevangenis terechtkomt. Hierdoor dreigt een deel van de kinderen van gedetineerde moeders buiten beeld te raken: onduidelijk is dan waar de kinderen zijn, en wie zich om hen bekommert.
Dat schrijft het Verwey-Jonker Instituut in het in opdracht van Gezin in Balans van Humanitas verrichte onderzoek naar mogelijke verbeteringen in de omgang tussen gedetineerde moeders en hun kind(eren). Gekeken is naar de wet- en regelgeving, de ervaringen van moeders, van inrichtingswerkers, naar de bij detentie betrokken instanties en naar de gang van zaken in de vier penitentiaire inrichtingen (Pis) waar vrouwelijke gedetineerden verblijven. Staatssecretaris Albayrak van Justitie heeft het rapport vandaag in ontvangst genomen.
Van de 3000 vrouwen die jaarlijks gevangen worden gezet, is de helft moeder. Moeders in gevangenschap zien hun kinderen vaak maar weinig. De grote afstand tot de woonplaats van het kind, reiskosten, en onhandige bezoekuren maken het moeilijk het contact tussen moeder en kind in stand te houden. Voor bezoek aan de moeder is het kind afhankelijk van begeleiding door een familielid of hulpverlener. Eenmaal in de penitentiaire inrichting is het kind onderworpen aan veiligheidsmaatregelen die fysiek contact (knuffelen, op schoot zitten) met de moeder in de weg staan.
Moeder en kind ondervinden voornamelijk last van procedures rond de toelating van het kind in de gevangenis en de bezoektijden die vaak samenvallen met schooltijden. Het landelijke model Huisregels penitentiaire inrichtingen voorziet in recht op contact met de buitenwereld via bezoek, telefonische gesprekken en brieven. De huisregels van de PI's kunnen daarin worden versoepeld. Op dit moment bevatten die huisregels (een ministeriële regeling) geen specifieke formulering over het contact met kinderen. Daardoor kunnen de regels conflicteren met 'rechten' die voortkomen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
In totaal doet het Verwey-Jonker Instituut dertien aanbevelingen aan het ministerie van Justitie, het ministerie van Jeugd en gezin en de penitentiaire inrichtingen. De belangrijkste zijn:
Voor een recensie-exemplaar en vragen over het onderzoek kunt u contact opnemen met:
Ida C.M. Linse, communicatieadviseur van het Verwey-Jonker Instituut.
Telefoonnummer (030) 23 00 799 of 06 41 50 65 65. ILinse@verwey-jonker.nl