ROSA-integrale persoonsgerichte aanpak: Ervaren effecten en opbrengsten

Onderzoek naar de ervaren effecten en opbrengsten van de ROSA-integrale persoonsgerichte aanpak vanuit het perspectief van zorg- en hulpinstanties, jonge vrouwen en naasten van jonge vrouwen
PublicatiesGepubliceerd op: 05-01-26
Jonge vrouwen die te maken hebben gehad met (herhaald) seksueel geweld en complexe problematiek bevinden zich vaak in uiterst kwetsbare situaties. Voor deze jonge vrouwen van 12 tot 27 jaar is in Amsterdam de ROSA-integrale persoonsgerichte aanpak (ROSA-IPGA) ontwikkeld door het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ). De aanpak biedt een vast aanspreekpunt, regie en een integrale benadering, met als doel veiligheid, stabiliteit en perspectief te creëren.
Het Verwey-Jonker Instituut heeft in opdracht van de gemeente Amsterdam onderzoek gedaan naar de ervaren effecten en opbrengsten van de ROSA-IPGA voor jonge vrouwen, hun naasten en de betrokken professionals.

Onderzoeksopzet

Het onderzoek is uitgevoerd met kwalitatieve methoden. Er is een Effecten Arena georganiseerd met professionals uit zorg, veiligheid en het sociaal domein. Daarnaast zijn interviews afgenomen met jonge vrouwen die de ROSA-IPGA hebben doorlopen en met hun naasten.

Ervaren effecten

De ROSA-IPGA leidt tot ervaren effecten op drie niveaus:

  • Individueel: onder andere meer vertrouwen in zorg- en hulpinstanties en verbetering op verschillende leefgebieden bij de jonge vrouwen.
  • Professioneel: onder andere betere samenwerking, meer werkplezier en efficiënter gebruik van middelen.
  • Maatschappelijk: kennisvergroting en meer inzicht in systeemfouten.

De duidelijke regie, het vaste aanspreekpunt en de helikopterview dragen bij aan eerdere, effectievere en duurzamere hulp

Eerder onderzoek naar instroom en beoordeling

In 2024 heeft het Verwey-Jonker Instituut eerder onderzoek gedaan naar de ROSA-IPGA. Daarbij is onderzocht in hoeverre de instroomcriteria en het beoordelingskader van de integrale persoonsgerichte aanpak aansloten bij de praktijk en waar verbeteringen mogelijk waren. Dit onderzoek bestond uit literatuuronderzoek, gesprekken met regisseurs en verwijzende professionals en een dossieranalyse. Op basis hiervan zijn aanbevelingen gedaan voor aanpassingen van de instroomcriteria en het beoordelingskader.

Thema's

Deel deze publicatie op: