Grip op het verleden: het koloniaal en slavernijverleden in de klas

Actualiteiten overzichtGepubliceerd op: 20-07-2026
Wat gebeurt er in een klaslokaal wanneer het slavernijverleden ter sprake komt? Tijdens lessen ontstaat soms stilte, soms weerstand, en soms emotie. Dat maakt het onderwerp niet alleen historisch relevant, maar ook pedagogisch uitdagend. Als afstudeerstudent Social and Cultural Anthropology aan de Vrije Universiteit Amsterdam deed ik, Lina Gauneau, onderzoek naar hoe docenten en leerlingen in het middelbaar onderwijs omgaan met dit beladen verleden.

Aan het begin van mijn master ben ik via de universiteit in contact gekomen met het Verwey-Jonker Instituut. Daar ben ik gestart als stagiair, waarbij ik meewerkte aan de kennissynthese over de doorwerking van het koloniaal en slavernijverleden. In dit kader heb ik verschillende bronnen geanalyseerd, waaronder wetenschappelijke artikelen, boekhoofdstukken, documentaires en webpagina’s. In dit blog reflecteer ik op de inzichten uit dat onderzoek en uit klasobservaties en gesprekken – en op het belang van zorgvuldige ondersteuning. De kennissynthese wordt in het najaar van 2026 gepubliceerd.

Aandacht voor het koloniaal- en slavernijverleden

Binnen de kennissynthese van het Verwey-Jonker Instituut komt naar voren dat de doorwerking van het slavernijverleden zich onder andere manifesteert in het onderwijs in vormen van onderadvisering door docenten, pestgedrag en discriminatie. Het onderwijs speelt daarmee een cruciale rol in de overdracht van kennis en betekenissen rondom dit onderwerp. Aandacht voor het koloniaal- en slavernijverleden en de hedendaagse doorwerkingen daarvan is van groot belang voor inclusiever onderwijs en burgerschap. Het helpt leerlingen niet alleen om inzicht te krijgen in historische gebeurtenissen die niet vergeten mogen worden, maar ook in de maatschappelijke gevolgen die hieruit voortkomen, zoals racisme en discriminatie.

Om beter te begrijpen hoe de lespraktijk rondom het koloniaal- en slavernijverleden uitziet, heb ik onderzoek gedaan naar hoe docenten en leerlingen betekenis geven aan het slavernijverleden in het middelbaar onderwijs. Hiervoor heb ik klasobservaties uitgevoerd tijdens lessen over het slavernijverleden, voornamelijk binnen het vak geschiedenis, maar ook in vakken zoals kunst en burgerschap. Daarnaast heb ik focusgroepen georganiseerd met leerlingen en semigestructureerde interviews afgenomen met docenten.

Waar lopen docenten tegenaan?

Binnen de kennissynthese kwam eurocentrisme naar voren als een veel voorkomend concept. Eurocentrisme verwijst naar een perspectief waarin Europese denkbeelden centraal staan, wat ten koste kan gaan van multiperspectiviteit. In het onderwijs wordt het slavernijverleden vanuit het eurocentrische perspectief bijvoorbeeld vaak gepresenteerd vanuit een economisch perspectief, waarin de nadruk ligt op handel en welvaart, zoals verbeeld in het narratief van de ‘Gouden Eeuw’. Tijdens een observatie op een school liep ik samen met een geschiedenisdocent door de gebruikte lesmethode, waarin een vergelijkbaar narratief naar voren kwam: de Gouden Eeuw werd gekenmerkt als een periode van economische en culturele bloei, waarbij de uitbuiting en het leed van de mensen die tot slaaf werden gedwongen om deze welvaart mogelijk te maken vaak naar de achtergrond verdwenen.

Vrijwel alle docenten met wie ik sprak gaven aan dat de lesmethoden een te eenzijdig perspectief bieden. Tegelijkertijd gaven sommige docenten aan dat het in de praktijk lastig kan zijn om geschikt aanvullend materiaal te vinden. Voor docenten roept dit de vraag op hoe zij binnen bestaande lesmethoden toch ruimte kunnen creëren voor andere perspectieven. In de praktijk betekende dit dat zij actief keuzes moesten maken: wat benadruk ik wel, wat licht ik toe, waar corrigeer of nuanceer ik het verhaal dat de methode vertelt, en waar breng ik bewust een ander verhaal in?

Naast inhoudelijke uitdagingen blijkt ook de veiligheid binnen de klas soms lastig te waarborgen. Tijdens een van mijn observaties ontstond er bijvoorbeeld een discussie over de excuses die in 2023 door de koning zijn aangeboden voor het slavernijverleden. Sommige leerlingen uitten weerstand tegen deze excuses, wat tot emoties in de klas leidde. De docent gaf achteraf aan dat hij soms worstelt met de balans tussen het faciliteren van een open discussie en het waarborgen van een veilige leeromgeving voor alle leerlingen.

Aanbevelingen voor docenten

Uit mijn observaties en gesprekken blijkt dat veel docenten al actief zoeken naar manieren om het onderwijs inclusiever en vanuit verschillende perspectieven vorm te geven. Tegelijkertijd laten de observaties ook zien waar behoefte aan ondersteuning ligt. Op basis hiervan komen een aantal belangrijke aandachtspunten naar voren.

1. Lesmethoden aanvullen met alternatieve perspectieven

Allereerst blijkt het belangrijk om lesmethoden kritisch aan te vullen met alternatieve perspectieven. Docenten kunnen dit doen door gebruik te maken van bronnen die niet uitsluitend vanuit het perspectief van de kolonisator zijn geschreven of geproduceerd. Voorbeelden hiervan zijn de bronnen van The Black Archives en inzichten van experts op het gebied van het koloniaal- en slavernijverleden. Dit vereist een kritische analyse van beschikbare bronnen, waarbij aandacht wordt besteed aan de vraag vanuit welk perspectief een bron is geschreven en welke stemmen daarin wel of juist niet worden vertegenwoordigd.

2. Toegang tot bruikbare didactische materialen

Daarnaast laten de observaties zien dat docenten behoefte hebben aan toegankelijke didactische materialen. Net als bij de vorige aanbeveling kunnen docenten gebruikmaken van archieven en experts om aanvullend lesmateriaal te ontwikkelen. Om deze materialen ook beschikbaar te maken voor collega-docenten, zou een databank kunnen worden opgezet waarin bronnen en didactische materialen gedeeld, geraadpleegd en gezamenlijk verder ontwikkeld kunnen worden. Juist hier zullen de handreikingen van het Verwey-Jonker Instituut een belangrijke ondersteuning bieden, doordat zij docenten helpen bij het vinden en inzetten van materialen waarin inhoud vanuit verschillende perspectieven gedeeld wordt en praktische handvatten bieden voor klassengesprekken.

3. Aandacht voor een veilige en inclusieve klassendynamiek

Tot slot blijkt het belangrijk om aandacht te hebben voor de sociale dynamiek in de klas. Docenten zouden daarom bewust ruimte moeten creëren voor verschillende perspectieven en actief moeten monitoren welke leerlingen wel en niet deelnemen aan klassengesprekken. Werkvormen in kleinere groepen, anonieme reflectieopdrachten of gestructureerde discussievormen kunnen ervoor zorgen dat ook minder dominante stemmen worden gehoord en dat leerlingen zich veiliger voelen om hun ervaringen en meningen te delen.

Naar inclusiviteit en veiligheid

Kortom, laten de onderzoeken waaraan ik gewerkt heb zien dat het bespreken van het koloniaal- en slavernijverleden in het onderwijs zowel inhoudelijke als pedagogische uitdagingen met zich meebrengt. Docenten spelen een belangrijke rol in de manier waarop leerlingen betekenis geven aan dit verleden en de hedendaagse doorwerkingen daarvan. Juist daarom is het van belang dat zij voldoende ondersteuning, toegankelijke materialen en ruimte voor multiperspectiviteit krijgen, waarbij de handreikingen van het Verwey-Jonker Instituut waardevolle handvatten kunnen bieden. Alleen op die manier kan het onderwijs bijdragen aan een inclusievere en kritischere omgang met zowel het verleden als het heden.


Eerder onderzoek

Het Verwey-Jonker Instituut deed eerder onderzoek naar de doorwerking van het slavernij- en koloniale verleden in Zuid-Holland. In gesprekken met nazaten van tot slaaf gemaakte mensen, contractarbeiders en mensen met wortels in voormalig Nederlands-Indië stonden ervaringen, erkenning en bewustwording centraal. De bevindingen bieden waardevolle inzichten in de maatschappelijke betekenis van dit verleden en de impact ervan in het heden. 

Daarnaast werkt het Verwey-Jonker Instituut samen met partners aan praktische handreikingen voor het onderwijs over slavernij, kolonialisme en de doorwerking daarvan. Bekijk de handreikingen op de website van de Wereldburgerschap Community.

Maxime van de Gevel

Contact
Deel dit nieuwsbericht op: