Veel Somalische Nederlanders vertrokken in de periode 2000-2010 naar het Verenigd Koninkrijk (VK). Geschat wordt dat er meer dan 20.000 Somalische Nederlanders zijn geëmigreerd. Zij hoopten op een beter bestaan, maar mede door het gebrek aan kansen, komen er relatief veel jongeren en jongvolwassenen in aanraking met criminaliteit. Sommige jongvolwassenen komen terecht in detentie en worden vervolgens het VK uit gezet. Jaarlijks worden zo’n 160 Nederlanders het VK uitgezet, waarvan ruim 100 Somalische Nederlanders zijn. KIS deed een verkennend onderzoek naar de mogelijkheden om deze jongeren beter op te vangen en in beeld te houden.
De komst naar Nederland is problematisch, omdat deze jongvolwassenen in Nederland meestal geen netwerk meer hebben, ze nergens terecht kunnen, niet of nauwelijks Nederlands spreken, geen inkomen hebben en regelmatig gedragsproblemen laten zien. De kans dat deze groep ook in Nederland in de criminaliteit terecht komt is groot. Voor zover bekend gaat het uitsluitend om mannen, vooral in de leeftijdsgroep van ongeveer 18-25 jaar.
Ondersteuning schiet tekort
De huidige ondersteuning voor jongvolwassenen die na detentie het VK worden uitgezet, schiet op meerdere vlakken tekort. Zo is het voor Nederlandse instanties vaak onduidelijk wanneer en onder welke omstandigheden deze jongeren terugkeren. Een gecoördineerde opvang is er niet. Een geïnterviewde medewerker bij een gemeente verwoordt het als volgt: ‘We krijgen meestal niet van tevoren te horen dat er iemand naar onze gemeente terugkomt. En er is nauwelijks informatie over zijn achtergrond. We proberen dan snel bed, bad, brood en een uitkering te regelen. Maar de begeleiding die nodig is om een nieuw leven op te bouwen, kunnen we niet leveren. Die jonge mannen moeten alles zelf uitzoeken. En dat lukt vaak niet.’
Het ontbreekt aan centrale coördinatie en cultuursensitieve opvang. Een hulpverlener merkt op: ‘Deze jongeren hebben vaak geen netwerk in Nederland en weten niet waar ze terecht kunnen. Zonder goede opvang sta je eigenlijk met lege handen.’ Ook is er weinig structurele samenwerking tussen reguliere Nederlandse instanties en Somalisch-Nederlandse zelforganisaties, waardoor waardevolle kennis en netwerken onvoldoende worden benut.
Belangrijkste conclusies
Uit het onderzoek blijkt een opvallende consensus over de knelpunten en wensen rondom begeleiding en opvang. De gesproken professionals en sleutelpersonen zijn het erover eens dat het risico bestaat dat jongvolwassenen uit beeld raken en onvoldoende ondersteuning ontvangen, wat hun kans op een succesvolle toekomst in Nederland aanzienlijk verkleint. Er is dringend behoefte aan betere informatie-uitwisseling, centrale coördinatie, cultuursensitieve opvang en samenwerking met zelforganisaties. Zoals een deelnemer aan de expertmeeting stelde: ‘Als je een brug slaat tussen instanties en de gemeenschap, kun je beter aansluiten bij de jongvolwassenen: sleutelpersonen weten vertrouwen te winnen, zijn rolmodellen en kunnen deze jonge mannen motiveren om een nieuwe start te maken in Nederland. Doe je dat niet, dan is het risico groot dat ze terugvallen in de criminaliteit.’