Casusonderzoek maatschappelijke onrust Noord-Nederland bij overheidsbeslissingen

Analyse en handelingsperspectief
PublicatiesGepubliceerd op: 22-03-22
Onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut en de Rijksuniversiteit Groningen hebben onderzoek gedaan naar het fenomeen maatschappelijke onrust in Noord-Nederland bij en na beslissingen van de overheid. In dit casusonderzoek is het maatschappelijk protest rondom de zoutwinning bij Harlingen en de realisatie van het windpark N33 in de Groningse en Drentse veenkoloniën onder de loep genomen. De opdrachtgever van het casusonderzoek is het Regionaal Bestuurlijk Politie Overleg (RBPO) Noord-Nederland, waarin de 40 burgemeesters van de drie noordelijke provincies, het Openbaar Ministerie en de politie Noord-Nederland zijn vertegenwoordigd. Het onderzoek is gefinancierd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Maatschappelijke onrust is een groeiende zorg voor lokale overheden en veiligheidsinstanties in Noord-Nederland. Er spelen in Groningen, Drenthe en Fryslân veel kwesties die de relaties tussen burgers en overheid compliceren: windmolens, aardbevingen, zonneparken, zout- en gaswinning, hoogspanningsleidingen, etc. Dit leidt soms tot onenigheid en incidenteel tot verstoring van openbare orde en veiligheid. Het RBPO wilde meer inzicht in het fenomeen. Onderzoekers Ron van Wonderen van het Verwey-Jonker Instituut en Tom Postmes van de RUG kregen in het voorjaar van 2021 de opdracht om een verdiepende analyse te maken van maatschappelijke onrust, om daarmee een handelingsperspectief voor lokale en regionale bestuurders te vinden, met als centraal doel: hoe voorkomen we dat protest escaleert?

Uitvoering en algemene conclusies

Het onderzoek is voorbereid met een literatuurstudie en een analyse van openbare bronnen. In de periode april – juli 2021 zijn diepte-interviews uitgevoerd met vertegenwoordigers van de gemeenten Harlingen, Midden-Groningen en Borger-Odoorn, met activisten en bewoners, de politieorganisatie en andere belanghebbenden. Op basis van hun analyse concluderen de onderzoekers dat, om maatschappelijke onrust te voorkomen, voorafgaand aan de exploitatie (hierbij van windenergie en zout) en liefst voorafgaand aan de vergunningverlening er al een succesvolle samenwerking moet zijn in de ‘driehoek’ bedrijfsleven, overheid en burgers. Als er onrust ontstaat, adviseren de onderzoekers om escalatie te voorkomen door alsnog de samenwerking te verbeteren. Dat kan door de dialoog aan te gaan, bewoners in staat te stellen tegenmacht uit te oefenen en hen betekenisvolle invloed te gunnen, of door samen te werken aan een overkoepelend doel. Escalatie wordt waarschijnlijker als bewoners onrecht ervaren, protest aantekenen en vervolgens geen gehoor ervaren. Dan zoekt protest een andere uitingsvorm. Onrecht kan ontstaan doordat de driehoek burger, bestuur en bedrijfsleven uit balans is, zoals wanneer bedrijven de overheid uitstekend weten te vinden maar inwoners niet. Tenslotte wijzen de onderzoekers op het belang van goede interbestuurlijke verhoudingen: onenigheid tussen bestuurslagen zien zij als risico.

Alle burgemeesters in Noord-Nederland zijn uitgenodigd om het rapport in het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad aan de orde te stellen. Omdat het fenomeen maatschappelijke onrust alle overheden verbindt zal het RBPO het gesprek hierover aangaan met de drie noordelijke provincies en het Rijk. Gezien de opgave die er ligt rondom de energietransitie zijn de uitkomsten en het perspectief voor de toekomst van Noord-Nederland zeer relevant.

Met medewerking van

Thema's

Deel deze publicatie op: