Kansenongelijkheid begint al vroeg: hoe dichten we de kloof?

Verwey-Jonker Instituut doet onderzoek naar de interventie VoorZorg
Actualiteiten overzichtGepubliceerd op: 26-07-2021
Artikel
Uit onderzoek blijkt dat kinderen uit armere gezinnen al vroeg op achterstand komen, zo schreef de Volkskrant. Verschillen tussen kinderen uit armere en rijkere gezinnen kunnen al in het eerste levensjaar duidelijk worden. Het Verwey-Jonker Instituut doet sinds 2016 onderzoek naar VoorZorg, eén van de interventies die deze kansenongelijkheid tegen zou kunnen gaan.

VoorZorg biedt zorg en ondersteuning aan aanstaande moeders in een kwetsbare situatie. Het  is een opvoed-, leefstijl, gezondheids- en ontwikkelingsondersteuningsprogramma, gericht op vrouwen die zwanger zijn en te maken hebben met een opeenstapeling van problemen. Zij krijgen intensieve preventieve ondersteuning door een speciaal opgeleide VoorZorg-verpleegkundige tijdens hun zwangerschap en de eerste twee levensjaren.

Het Verwey-Jonker Instituut is al lange tijd betrokken bij onderzoeken en ontwikkelingen rond deze bewezen (kosten)effectieve interventie.

Evaluatie onderzoek

Uit het evaluatieonderzoek naar VoorZorg-Verder dat we uitvoerden in samenwerking met het Amsterdam UMC en NCJ, bleek dat vrijwel alle moeders VoorZorg-Verder als positief ervaren hebben. VoorZorg-Verder is een vervolg op VoorZorg, waarbij de ondersteuning verlengd wordt tot het zesde levensjaar. ‘Ik snap mijn kind beter’, ‘ik ben gegroeid van een dichte naar een open bloem’, ‘ik krijg zelfvertrouwen en positiviteit’ en ‘ik heb het gevoel dat ik er niet alleen voor sta’, zijn een aantal ervaringen die wij te horen kregen.  Kijkend naar de voorlopige effecten zien we het volgende:

  • Ruim de helft van de deelnemers rookt niet, daarin kwam geen verandering na een jaar.
  • Er is gemiddeld een kleine afname van alcoholgebruik.
  • Moeders ervaren hun eigen gezondheid en die van hun kinderen als goed, gemiddeld nog iets beter na VoorZorg-Verder.
  • De meesten zijn tevreden over hun (buurt)netwerk, al is dat niet zo groot.
  • Moeders hebben na een jaar VoorZorg-Verder iets betere opvoedvaardigheden en
  • er is meer wederkerigheid tussen de moeders en hun kinderen.
  • Na een jaar lijkt er een iets lagere indicatie voor gehechtheidsproblemen.
  • De vertrouwensrelatie met de VoorZorgverpleegkundige was al goed en blijft goed na VoorZorg-Verder.

Ook uit het evaluatie onderzoek naar VoorZorg dat we in 2020 uitvoerden, kwam naar voren dat VoorZorg positief wordt beoordeeld door de VoorZorgverpleegkundigen en ook door de cliënten zeer wordt gewaardeerd.

Doorontwikkeling VoorZorg

Op dit moment wordt VoorZorg op basis van vragen uit het veld doorontwikkeld, voor zeer kwetsbare zwangeren die al kinderen hebben, en daar negatieve opvoedervaringen mee hebben (VoorZorg 2) en zeer kwetsbare zwangeren die pas tussen 28 weken zwangerschap en 6 weken postpartum in beeld komen van de hulpverlening (VoorZorg Late Start). Bij het eerdere onderzoek was deze doelgroep niet betrokken. De inhoud wordt door het Nederlandse Centrum Jeugdgezondheid ontwikkeld en het Verwey-Jonker Instituut onderzoek de impact en effectiviteit.

Wilt u ook VoorZorg in uw gemeente? Neem dan contact op met het NCJ via voorzorg@ncj.nl. Is er al VoorZorg in uw gemeente en wilt u meer weten over of meedoen aan het onderzoek? Neem dan contact op met Frouke Sondeijker via FSondeijker@verwey-jonker.nl.

Dr. Frouke Sondeijker

Contact
Deel dit nieuwsbericht op: