Onafhankelijk onderzoek actueel en richtinggevend

Grootstedelijke problematiek en vraagontwikkeling gefinancierde rechtsbijstand


Deze publicatie is helaas uitverkocht

Drs. Marjan de Gruijter
Dr. Rally Rijkschroeff
Drs. Sandra ter Woerds
J. de Savornin Lohman

2002

ISBN 90-5830-071-4
121 pag. € 12,00

Bestaat er een verband tussen grootstedelijke problematiek en de ontwikkeling in de vraag naar rechtsbijstand? Analyses wijzen uit dat de grote steden in ons land te maken hebben met achterstandsproblematiek, sociale ongelijkheid en een vaak gebrekkige sociale cohesie. Er doet zich een paradoxale situatie voor. De grote steden hebben de vruchten geplukt van de gunstige economische situatie van de afgelopen jaren. Maar juist kwetsbare stadsbewoners en bewoners van grootstedelijke achterstandswijken hebben daarvan minder geprofiteerd dan was beoogd.

De Bureaus Rechtshulp en de Raad voor Rechtsbijstand in het hofressort Den Haag hebben het Verwey-Jonker Instituut gevraagd naar gegevens over de vraagontwikkeling in de periode 2000-2005 bij de Bureaus Rechtshulp. Uit het onderzoek van het instituut naar deze vraagontwikkeling blijkt dat er een trend is naar een blijvende, meer omvangrijke en complexe behoefte aan rechtsbijstand. Deze vraag is afkomstig van een kleinere groep sociaal kwetsbaren met een meer complexe problematiek.

Naar verwachting zal deze toename in de vraagontwikkeling gefinancierde rechtsbijstand zich voortzetten, onder meer door de verharding in het sociaal beleid.
De vraag is hoe de Bureaus Rechtshulp en de Raad voor Rechtsbijstand in het hofressort Den Haag het beste op deze ontwikkelingen kunnen inspelen. De onderzoekers doen daarvoor diverse aanbevelingen. Vooral de onzichtbaarheid van de Bureaus Rechtshulp in het sociale kader van het grotestedenbeleid vormt een belangrijk probleem, zowel vanuit de missie van de Bureaus Rechtshulp als vanuit de doelstellingen van het grotestedenbeleid. De onderzoekers pleiten dan ook voor een betere profilering van de Bureaus Rechtshulp, onder meer door samenwerking met complementaire dienstverleners, door voorlichting en het gebruik van nieuwe media.