Onafhankelijk onderzoek actueel en richtinggevend

Onderzoek naar radicalisering en polarisatie in de klas

8 augustus 2018

Hoe kun je radicalisering en polarisatie in de klas signaleren en tegengaan? Die vraag staat centraal in het grote, meerjarige onderzoek dat Menno Ezinga van het Verwey-Jonker Instituut samen met collega’s van de VU en NSCR gaat uitvoeren. Het onderzoek wordt gedaan in opdracht van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).

“Het doel van dit onderzoek is om leraren en scholen in de laatste fase van het primair onderwijs en in de beginfase van het voortgezet onderwijs meer handvatten te bieden voor het signaleren en tegengaan van radicalisering en polarisatie in de klas”, vertelt Menno Ezinga. “We hopen met dit onderzoek een zinvolle bijdrage te leveren aan de dagelijkse werkzaamheden van onderwijsprofessionals.” Het voorkomen van radicalisering en polarisatie wordt in het onderzoek expliciet verbonden aan de identiteitsontwikkeling van pubers én aan het ontwikkelen van sociale vaardigheden in het onderwijs. “Dit aspect is tot op heden onderbelicht gebleven, en ook onvoldoende aanwezig in bestaande beleidsstrategieën voor het onderwijs”, aldus Ezinga.

Het onderzoek is specifiek gericht op leerlingen in de vroege adolescentie (10 tot 14 jaar). “Een periode die zich kenmerkt door grote veranderingen”, aldus Ezinga. Bij leerlingen in de laatste groepen van de basisschool zie je de puberteit voorzichtig tot ontwikkeling komen, op de middelbare school gaat het opeens razendsnel. Dan krijgen ze een nieuwe vriendengroep en neemt de rol van social media toe. De ontwikkeling van jongens en meisjes loopt in deze periode sterk uiteen. Het element van social media en gender verschillen zullen dan ook in het onderzoek worden meegenomen. “Door beter aan te sluiten bij de identiteitsbehoeften van de pubers kunnen eventuele radicale gedachten worden bijgestuurd naar positieve politieke of maatschappelijke betrokkenheid.”