Het Stagepact mbo 2023-2027 heeft een duidelijke ambitie: stagediscriminatie uitbannen. Zowel mbo-instellingen als leerbedrijven geven aan zich hiervoor te willen inzetten. Maar nieuw onderzoek laat zien dat het in de praktijk nog ontbreekt aan voldoende kennis, goede signalering en een structurele aanpak. Dit rapport beschrijft waar verbeteringen mogelijk zijn.
Het onderzoek is uitgevoerd door het Kohnstamm Instituut, Movisie en het Verwey-Jonker Instituut en maakt gebruik van een mixed-methods benadering. Daarbij zijn onder meer deskresearch, een literatuurstudie, vragenlijsten, interviews en een synthesestudie ingezet. In totaal zijn zestig personen geïnterviewd aan de hand van gestructureerde vragenlijsten: dertig medewerkers van mbo-instellingen en dertig medewerkers van leerbedrijven.
Gebrek aan kennis
Het onderzoek maakt duidelijk dat onderwijsprofessionals en praktijkbegeleiders globaal weten wat stagediscriminatie is. Alleen is er veel onduidelijkheid. Discriminatie wordt soms verward met pesten of grensoverschrijdend gedrag. Subtiele vormen zoals microagressies worden nauwelijks herkend. Ook ontbreekt kennis over hoe je discriminatie effectief voorkomt. Leerbedrijven hebben nog beperktere kennis: slechts een klein deel kent het Stagepact en weet hoe discriminatie in werving en selectie kan worden tegengegaan. Dit gebrek aan kennis vergroot het risico dat discriminatie niet wordt gesignaleerd.
‘Bij ons speelt dit niet’
De onderwijsprofessionals en praktijkbegeleiders zeggen zeer bereid te zijn om stagediscriminatie aan te pakken. Tegelijkertijd denken veel respondenten dat het probleem zich bij hen niet voordoet. Vooral leerbedrijven gaan ervan uit dat discriminatie alleen in bepaalde sectoren voorkomt. Dat discriminatie niet in de eigen omgeving speelt, is een hardnekkige overtuiging. Het werkt de aanpak van discriminatie alleen maar tegen. Internationale literatuur benoemt dat ook. Als je denkt dat het probleem er niet is, stel je geen sociale norm. Ook ontwikkel je geen beleid. Bovendien zien sommige leerbedrijven studenten deels als verantwoordelijk voor discriminatie. Dat leidt tot victim blaming.
Geen voorlichting over melden
Veel mbo-scholen begeleiden studenten intensief bij het zoeken naar een stage. Alleen geven ze vaak niet structurele voorlichting over hoe je stagediscriminatie herkent. Ongeveer de helft van de opleidingsteams leert studenten hoe ze om kunnen gaan met stagediscriminatie. Studenten weten daardoor vaak niet hoe ze discriminatie kunnen herkennen of melden. Wel zijn veel mbo’s gestart met het oprichten van meldpunten voor stagediscriminatie. Dat blijkt uit hun beleidsdocumenten. Maar volgens de respondenten weten niet alle studenten het meldpunt te vinden.
Gebrek aan beleid
Opvallend is dat leerbedrijven slechts zelden een expliciet beleid hebben tegen stagediscriminatie. Van de dertig geïnterviewde bedrijven kennen er slechts drie het Stagepact. Bijzonder zorgelijk is dat selectie van stagiairs vaak gebeurt op basis van een ‘klik’. Deze informele selectie vergroot juist de kans op discriminatie. Mensen vinden elkaar namelijk eerder aardig wanneer ze op elkaar lijken, licht dit KIS-artikel toe. Ook bij de meeste opleidingen is er nog geen specifiek beleid tegen stagediscriminatie. Terwijl het Stagepact duidelijke maatregelen voorschrijft, zoals sociale normstelling, meldpunten en objectieve matching. In de praktijk zijn deze afspraken slechts deels toegepast. Slechts een kwart van de opleidingen experimenteert met objectieve matching. Ook lijken er nog veel misverstanden te bestaan over deze objectieve matching.
In het rapport omschrijven we verbeterpunten voor een effectieve aanpak van stagediscriminatie.