Wmo

Lokaal betrokken

Rob Gilsing
Renske van der Gaag
Dick Oudenampsen

Met medewerking van:
Wouter Roeleveld
Melanie Knieriem

Volledige tekst (pdf)

2014

ISBN 978-90-5830-617-3
128 pag. € 9,50

Onderzoek naar horizontalisering van lokaal Wmo-beleid
Kenniscahier 23

Een belangrijk element in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is de horizontalisering. Opdat gemeenten hun beleid aan laten sluiten bij de specifieke eigenschappen en kenmerken van de lokale samenleving, verplicht de Wmo gemeenten om te zoeken naar maximaal lokaal draagvlak en om een transparant beleid te ontwikkelen in samenspraak met inwoners en hun organisaties, en met uitvoerende instellingen. Verantwoording over het gevoerde beleid vindt plaats aan de lokale samenleving en uiteindelijk aan de gemeenteraad.

In dit onderzoek kijken we naar de lokale praktijk van horizontalisering in de periode van 2007-2012. Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de inspraak in, en de verantwoording over het lokale Wmo-beleid. Oefenen burgers en cliënten inderdaad invloed uit op het gemeentelijk Wmo-beleid en hoe gaat dat in zijn werk? Verlopen deze processen na een aantal jaren ervaring met de Wmo anders dan in de beginjaren? Het onderzoek vond plaats in acht gemeenten. Ook maakten we gebruik van onderzoeken van lokale rekenkamers.

Het onderzoek laat zien dat Wmo-raden het belangrijkste instrument zijn om de lokale samenleving bij de beleidsontwikkeling te betrekken. Soms zijn ook andere belangen-organisaties betrokken; individuele burgers zijn dat nauwelijks. Wmo-raden zijn minder dan voorheen een orgaan van belangenvertegenwoordigers en hebben vaker een adviesrol. Kleine, ‘moeilijke’ doelgroepen hebben vaak geen stem in het Wmobeleid. Wmo-raden hebben vaak een stem in de beleidsontwikkeling, maar hun invloed is lastig vast te stellen.
Het verantwoordingsproces verloopt in de meeste gemeenten moeizaam en beperkt zich doorgaans tot het afl eggen van verantwoording aan de gemeenteraad.