Mbo-studenten met een migratieachtergrond hebben nog altijd minder kans op een stageplek dan studenten zonder migratieachtergrond. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de gemeente Utrecht.
Stages zijn een belangrijke stap richting de arbeidsmarkt. Eerder onderzoek uit 2021 liet zien dat mbo-studenten met een migratieachtergrond minder kans hebben om een stageplaats te vinden. Om te onderzoeken hoe de situatie zich heeft ontwikkeld, heeft het Verwey-Jonker Instituut in 2025 opnieuw onderzoek gedaan naar stagediscriminatie in het mbo in de regio Utrecht.
Praktijktesten bij stagebedrijven
Voor het onderzoek zijn zogenoemde praktijktesten uitgevoerd. Hierbij solliciteerden twee vrijwel identieke, fictieve mbo-studenten op dezelfde stagevacatures. De studenten hadden vergelijkbare kwalificaties, maar verschilden bijvoorbeeld in naam, waardoor een migratieachtergrond herkenbaar was. Ook is gekeken naar verschillen op basis van gender en een islamitische geloofsovertuiging.
In totaal zijn 385 succesvolle testen uitgevoerd: 770 sollicitaties zijn verzonden naar 337 stagebedrijven in de regio Utrecht. De bedrijven waren actief in verschillende sectoren, waaronder ICT en media, zorg en welzijn, bouw en techniek, zakelijke dienstverlening en economie en handel.
Minder kans op een positieve reactie
De resultaten laten zien dat studenten met een migratieachtergrond minder vaak een positieve reactie ontvangen op hun sollicitatie dan studenten zonder migratieachtergrond. Dit betrof 32 procent van de studenten met een migratieachtergrond ten opzichte van 41 procent van de studenten zonder een migratieachtergrond.
Ook de kans op een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek ligt lager: studenten met een migratieachtergrond werden in 17 procent van de gevallen uitgenodigd voor een gesprek, terwijl dit voor studenten zonder migratieachtergrond 21 procent was.
Met name mannelijke studenten met een Marokkaanse of Surinaamse achtergrond hebben minder kans op zowel een positieve reactie als een uitnodiging voor een gesprek.
Geen verschillen gevonden op basis van geloofsovertuiging of gender
Het onderzoek vond geen significante verschillen tussen studenten met of zonder een islamitische geloofsovertuiging. Ook mannen en vrouwen verschilden gemiddeld niet in hun kans op een positieve reactie of een uitnodiging voor een gesprek.
Het verschil tussen studenten met en zonder migratieachtergrond blijkt vooral zichtbaar onder mannelijke studenten.
Vergelijkbaar beeld als in 2021
Ondanks de inspanningen die de afgelopen jaren zijn gedaan binnen de Utrechtse Aanpak Inclusieve Stagemarkt, laat het onderzoek zien dat stagediscriminatie bij leerbedrijven nog steeds voorkomt. Het algemene beeld komt overeen met de resultaten uit 2021. Een verschil is dat in het eerdere onderzoek vrouwelijke studenten nog vaker een positieve reactie kregen dan mannelijke studenten. Dat verschil werd in 2025 niet meer gevonden.
Blijvende inzet nodig
De onderzoekers concluderen dat verdere inzet nodig blijft om stagediscriminatie tegen te gaan. Op basis van bestaande kennis over effectieve maatregelen doen zij verschillende aanbevelingen. Zo kunnen leerbedrijven worden ondersteund bij objectief werven en selecteren, bijvoorbeeld door gebruik te maken van vaste beoordelingscriteria en gestandaardiseerde formulieren.
Daarnaast is het belangrijk om de bewustwording en professionalisering van werkgevers en onderwijsprofessionals te vergroten, in combinatie met aandacht voor inclusie en het tegengaan van discriminatie. Ook wordt aanbevolen om mbo-studenten beter te ondersteunen wanneer zij stagediscriminatie ervaren, bijvoorbeeld via goede meldstructuren, voorlichting en actieve begeleiding.
Tot slot benadrukken de onderzoekers het belang van een duidelijke sociale norm tegen discriminatie. Werkgevers kunnen hier actief op worden aangesproken, waarbij de gemeente een voorbeeldrol kan vervullen.
Het onderzoek laat dus zien dat gelijke kansen op de stagemarkt nog niet vanzelfsprekend zijn. Om ervoor te zorgen dat alle studenten een eerlijke kans krijgen op een stageplaats, blijven aandacht en inzet noodzakelijk.