Seksueel en huiselijk geweld

Tussentijdse evaluatie Kinderbeschermingswet

OmschrijvingDe nieuwe kinderbeschermingswet is in 2015 in werking gegaan, samen met de Jeugdwet. De Wet kinderbeschermingsmaatregelen bevat onder meer het dwangkader: de gronden waarop minderjarigen onder toezicht gesteld kunnen worden of uit huis geplaatst, en wanneer tot gezagsbeëindiging van ouders kan worden besloten door de rechter. De wijziging van de wet past binnen het streven van de overheid naar een effectieve en efficiënte jeugdbescherming. De belangrijkste verandering is het meer centraal stellen van de ontwikkeling van het kind. Dat gebeurt door middel van een kindgerichte formulering van de wettelijke gronden; een duidelijkere verbinding tussen de ondertoezichtstelling en de gezagsbeëindigende maatregel, een verbeterde rechtspositie van de pleegouders en positie van cliënten (ouders en kinderen) en tot slot uitbreiding van de toegang tot de verzoekschriftprocedure inzake kinderbescherming.

Het Verwey-Jonker Instituut voert, in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, een tussentijdse evaluatie van de nieuwe wet uit, met het doel om in kaart te brengen hoe de uitvoering van de kinderbeschermingswetgeving verloopt. Wat zijn de knel- en aandachtspunten en wat zijn de tussentijdse resultaten van de nieuwe wetgeving?

Dit onderzoek wordt naar verwachting in het voorjaar van 2018 afgerond.
OpdrachtgeverMinisterie van Veiligheid en Justitie en Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum
Gereed in 2018
Meer weten? Neem contact op met Katinka Lünnemann .