Onafhankelijk onderzoek actueel en richtinggevend

Echte participatie en eigen kracht rondom jeugdzorg vergt cultuuromslag

Utrecht, 21 januari 2013

Echte participatie en eigen kracht vergt volgens het rapport Participatie in zicht een omslag. Het houdt in dat jeugdigen, ouders en cliënten als serieuze en volwaardige gesprekspartners worden gezien. In opdracht van Landelijk Cliëntenforum Jeugdzorg (LOC/LCFJ) heeft het Verwey-Jonker Instituut gekeken naar de staat van de participatie rond jeugdzorg en de transitie in gemeenten. Het rapport biedt inzicht in hoe gemeenten omgaan met participatie bij hun huidige taken. De meeste gemeenten zeggen participatie van jeugd, ouders of jeugdzorgcliënten belangrijk te vinden, maar vaak blijft het bij het (in een laat stadium) informeren of raadplegen van doelgroepen in plaats van échte dialoog en invloed.

Het rapport Participatie in zicht werpt licht op hoe gemeenten omgaan met participatie bij hun huidige taken en in de transitie jeugdzorg. Ook geeft het Verwey-Jonker Instituut aanbevelingen voor gemeenten en landelijke partijen zoals VWS, jeugdzorg Nederland, VNG, LOC/LCFJ om tot echte participatie te komen. Dat is belangrijk, omdat het Nederlandse jeugdzorgstelsel aan de vooravond staat van een grote verandering. Met de stelselwijziging (transitie) krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid voor alle zorg voor jeugdigen en ouders binnen hun gemeente; van licht tot zwaar en van vrijwillig tot gedwongen. In de visie van de concept Jeugdwet is ook een omslag te zien: naar meer preventie, eerdere ondersteuning en eigen kracht van jeugdigen en hun ouders. Dit betekent voor zowel gemeenten als burgers en andere partijen een nieuwe rol.

Belang onderkend, maar niet altijd gemeentebreed

In het rapport worden drie belangrijke bevindingen genoemd over de participatie van jeugd, ouders en/of jeugdzorgcliënten:

  1. Doorgaans vinden gemeenten participatie belangrijk, maar missen ambtenaren daarbij steun vanuit de gemeente.
  2. Ambtenaren hebben weinig tijd, geld en menskracht om participatie neer te zetten. Zij missen goede voorbeelden en methodieken en weten niet op welk moment in de beleidsvorming participatie het meest van nut kan zijn.
  3. Het betrekken van jeugd, ouders of jeugdzorgcliënten blijft vaak bij het (in een laat stadium) informeren of raadplegen van doelgroepen, in plaats van werkelijke dialoog en invloed. Actieve participatie en eigen kracht vergt volgens het rapport Participatie in zicht een omslag en houdt in dat jeugdigen, ouders en cliënten als serieuze en volwaardige gesprekspartners moeten worden gezien.

Gemeenten: in gesprek gaan

Willen gemeenten ouders, jeugdigen en cliënten betrekken bij het nieuwe lokale jeugdbeleid en de jeugdzorg, dan is een cultuuromslag nodig. Door in gesprek met jeugdigen en ouders tot gezamenlijke ambities, doelen en acties te komen. Participatie vergt tijd (netwerken opbouwen, werven, vertrouwen winnen) en geld. Gemeenten moeten aandacht en energie steken in heldere verwachtingspatro¬nen naar groepen die participeren, en daarbij ook de grenzen van de mogelijkheden aangeven. Participatie in zicht bevat 18 voorbeelden van gemeenten die een vorm van participatie inzetten.

Andere landelijke partijen

Landelijke partijen zoals VWS, Jeugdzorg Nederland, VNG en LOC/LCFJ zouden volgens het Verwey-Jonker Instituut praktische voorbeelden, handreikingen en successen uit verschillende gemeenten kunnen delen over participatie van jeugd, ouders en jeugdzorgcliënten. En ze hebben een rol in het ondersteunen van gemeenten die vragen hebben rond participatie van cliënten. Een andere aanbeveling is dat landelijke partijen een sociale kaart van de jeugdzorg samenstellen, met een overzicht van de lokale, regionale en landelijke patiënt- en cliëntorganisaties van jeugdzorg.

LOC/LCFJ, de landelijke belangenorganisatie van en voor cliënten in de jeugdzorg, zal zich de komende tijd inzetten om samen met gemeenten de participatie op gemeentelijk en regionaal niveau vorm te geven.

Download het hele rapport Participatie in zicht van het Verwey-Jonker Instituut.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Verwey-Jonker Instituut: Freek de Meere(fdemeere@verwey-jonker.nl) T (030) 230 07 99.
LOC/LCFJ: Marianne van de Laar marianne.vandelaar@lcfj.nl T 06-5313 5241, www.lcfj.nl/ www.loc.nl