Onafhankelijk onderzoek actueel en richtinggevend

Zorg voor reële verwachtingen bij statushouders

Onderzoeker Kirsten Tinnemans ziet kansen voor statushouders

Utrecht, 4 april 2019

Iedereen die met statushouders werkt, weet dat het lastig is om hen aan een duurzame baan te helpen. Toch zijn er mogelijkheden om ook voor deze groep de kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren, al vergt het wel intensieve begeleiding.

Kirsten Tinnemans en haar collega’s van het Verwey-Jonker Instituut onderzochten de werkzame factoren van twee initiatieven: de NVA Werktrajecten in Amersfoort en Vluchtelingen Investeren in Participeren (VIP) van VluchtelingenWerk. Deze succesvolle interventies bieden een intensief traject om statushouders te ondersteunen bij het vinden van een plek op de arbeidsmarkt.

Het onderzoek
Op basis van hun onderzoek onderscheiden Tinnemans en haar collega’s van het Verwey-Jonker Instituut een vijftiental werkzame factoren die belangrijk zijn voor het succes van de twee interventies. Deze factoren gaan onder andere over het versterken van vaardigheden en het opdoen van praktijkervaring.
De onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut vertellen erover op de kennisateliers Wat werkt in jouw praktijk? op 18 april. De 15 werkzame factoren staan ook beschreven in een handige uitgave.

Inschrijven voor het kennisatelier van 18 april kan via deze link.

Papierwinkel
Eén van de belangrijkste factoren die de goede resultaten van de twee onderzochte aanpakken verklaren, is volgens Tinnemans dat statushouders al vrij snel duidelijk krijgen wat ze wel en niet kunnen verwachten. ‘Hun ambitieniveau ligt vaak hoog. Maar ze weten niet goed hoe de arbeidsmarkt hier in elkaar zit en dat je voor het opzetten van een eigen bedrijf met een fikse papierwinkel te maken krijgt. Een andere tegenvaller is dat diploma’s uit het land van herkomst vaak niet volstaan, omdat, zo is gebleken, een Nederlands diploma nu vaak meer kansen biedt op de arbeidsmarkt.'

Kennismaken
Alleen vertellen hoe het hier werkt, is niet genoeg. Statushouders zullen het ook in de praktijk moeten ervaren. ‘Het is belangrijk dat ze al in een vroeg stadium kennismaken met bedrijven’, vertelt Tinnemans. ‘Je kunt wel vertellen dat we hier vaak minder hiërarchisch werken, maar het werkt beter als ze het zelf ondervinden.’ Taalbarrières en een mismatch tussen opleiding en arbeidsmarkt zorgt ervoor dat veel statushouders – in ieder geval de eerste jaren – ten opzichte van hun werk in het land van herkomst onder hun niveau werken. Tinnemans: ‘Vaak zijn het niet de banen waar statushouders van droomden toen ze hier aankwamen, al kunnen het wel opstapjes zijn naar die droombaan.’

Werkgevers
‘Eigenlijk geldt ook voor werkgevers dat zij tevoren beter zouden moeten weten wat er komt kijken bij het re-integreren van vergunninghouders. We hoorden achteraf dat ze hadden onderschat hoeveel tijd en inspanning het kost om dergelijke trajecten tot een goed eind te brengen. Maar tegelijkertijd zien we grote tevredenheid dat het wel lukt. Ook bij de werkgever!’

Plan B
Tinnemans: ‘Wat we in het onderzoek zagen, is dat deze interventies ook expliciet aandacht besteden aan plan B. Wat te doen als de droombaan niet haalbaar is? Misschien word je niet net als in het land van herkomst tandarts, maar eerst tandartsassistent. Misschien geen rechter, maar wel juridisch medewerker bij een bedrijf. Of misschien moet er toch echt eerst bijgeschoold worden. Je kunt ook beginnen met een “broodbaan” waarbij je naast je werk een opleiding doet of de Nederlandse taal beter leert beheersen.’

Het Verwey-Jonker Instituut, Regioplan en Bureau Pauwels geven op de 3 kennisateliers in wisselende samenstellingen een werksessie over werk voor statushouders.

Inschrijven voor het kennisatelier van 18 april kan via deze link.