Onafhankelijk onderzoek actueel en richtinggevend

Minister Koolmees reageert op het alFitrah rapport: ‘Met interesse neem ik kennis van de aanbevelingen van het Verwey-Jonker Instituut’

23-01-2020

Op verzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, reageerde minister Koolmees deze week op het rapport ‘De invloed van alFitrah op deelnemers en de omgeving’ dat afgelopen najaar uitkwam.

Voedingsbodem
Het baart minister Koolmees zorgen dat ‘mensen zich in een omgeving begeven waar zij onder invloed staan van mensen die hun houding ten opzichte van andersdenkenden, de Nederlandse samenleving, de democratische rechtsstaat en participatie daarin negatief beïnvloeden’.
De ‘sektarische kenmerken’ van alFitrah, waarover in het rapport wordt gesproken, kunnen volgens de minister, op den duur ‘een voedingsbodem worden voor extremistische standpunten’.

Criminele activiteiten
Minister Koolmees vindt verontrustend dat kinderen en jongeren betrokken bij alFitrah mogelijk niet de zorg ontvangen die ze nodig hebben en past bij de problematiek. ‘Dit raakt hun gezondheid’. De gemeente Utrecht heeft hiervan een melding gedaan bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Ook de uitkomst dat alFitrah mensen ontmoedigt om aangifte te doen in het geval van criminele activiteiten, is volgens de minister verontrustend. ‘Dit is gedrag dat de rechtstaat ondermijnt’.


Behoefte
Tegelijkertijd legt het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut volgende minister Koolmees een behoefte aan pedagogisch verantwoorde, islamitische lessen bloot. ‘Ouders en jongeren hebben behoefte aan scholing over de islam. Dit is een feitelijk gegeven. Echter, in het huidige landschap zijn het met name salafistische organisaties, zoals alFitrah, die behendig op deze behoefte inspelen, met als gevolg dat ook ouders en jongeren die (aanvankelijk) niet de salafistische leer aanhangen, aankloppen bij alFitrah voor de scholing van hun kinderen of henzelf. Dat is een gemiste kans’, aldus de minister.

Weerbaarheid
Zoals minister Koolmees al in eerdere Kamerbrieven heeft aangegeven, is er niet altijd een eenduidig antwoord op problematische gedragingen, omdat deze in de praktijk niet strafbaar zijn, hoogstens onwenselijk. Dit betekent volgens Koolmees niet dat de overheid met lege handen staat. ‘Een richting waarin gedacht kan worden, naast de driesporenaanpak, is in samenspraak met verschillende islamitische gemeenschappen, het inzetten op het versterken van de weerbaarheid’.

Interessant
De minister wijst op de aanbeveling die in het rapport van het Verwey-Jonker Instituut wordt gedaan aan de islamitische gemeenschappen om eveneens in het gat in de markt van Arabische lessen en islamitisch kennis te springen, zodat ouders en jongeren bij meer organisaties terecht kunnen dan nu het geval is. ‘Hierover wordt reeds het gesprek gevoerd met enkele vertegenwoordigers uit die gemeenschappen’.
Minister Koolmees vindt de aanbeveling uit het rapport om alternatief aanbod uit de gemeenschappen te ondersteunen, interessant. ‘Van deze aanbeveling neem ik met interesse kennis, uiteraard met oog voor de scheiding tussen kerk en staat die we in Nederland kennen’.