Onafhankelijk onderzoek actueel en richtinggevend

Benoem de problemen waar ze zijn

Utrecht, 13 maart 2019

Het Verwey-Jonker Instituut staat al 25 jaar voor onafhankelijk en betrouwbaar onderzoek. De beschuldiging dat we onwelgevallige feiten voor onze opdrachtgever zouden ‘witwassen’ om zo geen lastige conclusies te hoeven trekken - zoals Jason Walters, voormalig lid van de Hofstadgroep, zaterdag 23 februari in het Financieele Dagblad zegt, werpen we dan ook ver van ons.

Het onderzoek naar salafisme in Nederland is geen nieuw veldonderzoek, maar betreft een overzicht van bestaande literatuur over het salafisme. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn vijftig onderzoeksrapporten van de afgelopen vijftien jaar zorgvuldig bestudeerd. Waaronder diverse onderzoeken van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorisme bestrijding en Veiligheid (NCTV).

De literatuurstudie (in mei 2018 opgesteld), werpt een gedeeltelijk nieuw licht op salafisme in Nederland. Belangrijkste conclusie is niet – zoals in De Volkskrant stond – dat het ‘allemaal wel meevalt met het salafisme’. De voornaamste conclusie is dat dé salafist niet bestaat, en dat de term ‘salafisme’ een containerbegrip is, dat te pas en te onpas wordt gebruikt, vaak in relatie tot geweld. Dat is soms terecht, maar zeker niet altijd. In onze literatuurstudie geven we duidelijk aan dat een kleine groep salafisten wel degelijk een gevaar voor de Nederlandse samenleving vormt. Maar daarom is nog niet élke orthodoxe moslim gewelddadig of een jihadist.

We pleiten er voor een scheiding aan te brengen tussen moslims die orthodox zijn en de relatief kleine groep extremistische moslims die een concreet gevaar vormen voor de samenleving. Daarnaast stellen we voor de term salafisme niet meer zo maar te gebruiken, maar vooral te kijken naar het gedrag van mensen. Er is echt een verschil tussen conservatieve moslims die verdraagzaam zijn naar andersdenkenden en moslims die zich schuldig maken aan haatdragende uitspraken, belediging, discriminatie of geweld. Op deze manier brengen we de discussie over wat we wel en niet willen in Nederland terug naar het concrete gedrag van mensen, in plaats van gesteggel over het juiste label. Dit heeft niks te maken met witwassen, maar met benoemen van problemen waar ze zijn.