De Kromme Nieuwegracht heeft heel wat eeuwen aan zich voorbij zien trekken. Al vanaf het begin van onze jaartelling was er sprake van bewoning in de nabije omgeving. De huizen aan de Kromme Nieuwegracht, waaronder dat van het Verwey-Jonker Instituut, dateren echter pas van de 17de eeuw.
Het Verwey-Jonker Instituut is gevestigd in twee huizen, nr 4 en nr 6. Uit archiefgegevens blijkt dat de eerste bewoning van beide panden rond 1680 plaatsvond. Het huis op nr 6 is grotendeels in handen van twee verschillende families geweest. Van 1698 tot 1774 (76 jaar) woonden eerst mr. Willem Pesters met zijn echtgenote en later zijn dochter Johanna Hester Heldevier met haar echtgenoot in het huis. Zij verkocht het huis aan de zusters Strik van Linschoten. De zusters en later en hun familie bewoonden het pand tot 1899 (125 jaar). De laatste particulier die het huis in bezit had was burgemeester van Asch van Wijck. Zijn weduwe verkocht het huis aan de voorloper van de Credit & Effectenbank. Na 70 jaar zijn domicilie aan de Kromme Nieuwegracht te hebben gehad, verkoopt de bank in 1992 de twee huizen aan Cortona Developments. Vanaf 1993 verhuren zij de panden aan het Verwey-Jonker Instituut.
Het huis ziet er natuurlijk niet hetzelfde uit als in de 17de eeuw. De uiterlijke kenmerken van de 17de eeuw vindt men nog slechts aan de voor-en achtergevel van nr 6 , in de vorm van een geprofileerde gevelbeëindiging.
In de loop van de 18de eeuw was deftig en comfortabel wonen voor de betere standen steeds belangrijker geworden. Ook een voorname gevel werd belangrijk geacht. Ouderwetse 17de eeuwse topgevels werden vervangen door lijstgevels, waarbij ook de ingang extra werd benadrukt. Typische barokinterieurs werden ingericht, waarbij het accent in de belangrijke ruimtes kwam te liggen op de middenas, door middel van een haard of een spiegel, door fraaie deuren met bovenstuk. Ook ornamenten waren essentieel voor de indruk die het geheel moest maken. De decoraties in de vertrekken van nr 6 beantwoorden aan deze stijlvereisten, zij het niet met zware barokvormen, maar wel in lichte rococo-stijl, hetgeen wellicht meer de smaak was van de freules van Linschoten.
In de 19de eeuw zijn er wel wat wijzigingen aangebracht op nr 6, maar niet ingrijpend. De gevel heeft in deze periode schuiframen en stores gekregen. Nr. 4 is bij 18de eeuwse aanpassingen echter zeer sterk verbouwd, waarbij veel van het orginele bouwmateriaal is verdwenen.
In 1928 wordt het pand op de monumentenlijst geplaatst. In 1938 wordt nr 4 en nr 6 samengetrokken en vervalt de voordeur van nr. 4; later is deze weer teruggebracht door de wens een ingang voor invaliden te hebben.
Bron: `Kromme Nieuwegracht 4 en 6. Het verhaal van de plek, de panden en de bewoners.', Uitgegeven ter gelegenheid van de opening van het Verwey-Jonker Instituut, Santen, van B. (red.), Utrecht, 1993.

