Wmo-adviesraden boeken concrete resultaten

Zelfevaluatie Wmo-adviesraden laat goede start Wmo-raden zien

Utrecht, 5 juni 2008

Uit het vandaag verschenen rapport van het Verwey-Jonker Instituut met de resultaten van een zelfevaluatie onder 82 Wmo-adviesraden, blijkt dat de raden met hun advieswerk concrete resultaten boeken. Het merendeel (87%) van de adviesraden oordeelt positief over hun inbreng bij de totstandkoming van de Wmo-beleidsnota en over de inhoud ervan (70%). Opvallend is ook de relatie met de gemeenten: de meerderheid van de Wmo-raden beoordeelt deze als goed. Het cliëntenperspectief rond het Wmo-beleid lijkt hiermee in de meeste onderzochte gemeenten op de kaart gezet. Tegelijkertijd constateren de Wmo raden dat hun werk in feite nog maar net begonnen is. Groepen als dak- en thuislozen en allochtonen zijn nog onvoldoende vertegenwoordigd in de raden, en ook de ondersteuning van de raden verdient blijvende aandacht.

Deze resultaten zijn te lezen in de uitkomsten van het zelfevaluatie-instrument Zelfevaluatie Wmo-raden, tussenoverzicht gegevens november 2007 april 2008. Dit instrument is in opdracht van de Wmo stimuleringsprogrammas Lokaal Centraal van Zorgbelang Nederland en Lokale Versterking GGz van het Landelijk Platform GGz door het Verwey-Jonker Instituut ontwikkeld en toegepast onder de Wmo-raden.

Samenstelling Wmo-raden

Ouderen (95%) en mensen met een lichamelijke beperking  (90%) zijn de meest vertegenwoordigde groepen in Wmo-adviesraden. Daarna volgen de mantelzorgers (84%), chronisch zieken (76%) en vrijwilligers (72%). Minder goed vertegenwoordigd zijn de doelgroepen jeugd (30%), dak- en thuislozen (18%) en verslaafden (22%). Aandachtspunten voor de toekomst zijn dan ook het betrekken van specifieke doelgroepen (GGz, allochtonen, dak- en thuislozen, verslaafden en jongeren) en het contact van Wmo-raden met hun achterban.

Burgerparticipatie in beleidsontwikkeling

De formele status van de Wmo-adviesraden is meestal goed geregeld en adviesraden worden uitgebreid betrokken bij de beleidsontwikkeling door de gemeente. Niet alleen bij het eerste schriftelijke beleidsontwerp en bij de notas voor de gemeenteraad en het college van B&W, maar al in het stadium daarvoor, bij de brainstormfase is er de mogelijkheid het beleid te beïnvloeden. De gemeente betrekt de adviesraden ook vaak bij het plan van aanpak voor de uitvoering. Nagenoeg alle adviesraden (98%) brengen niet alleen gevraagd, maar ook ongevraagd advies uit over allerlei Wmo-zaken. Het merendeel (69%) van de adviesraden vindt dat zij voldoende kan betekenen voor de doelgroepen van de wmo en nagenoeg alle adviesraden (97%) vinden het belangrijk of zeer belangrijk betrokken te zijn bij vormen van burgerparticipatie. Ontevreden zijn de adviesraden over hun inbreng op het beleid rond cliëntgestuurde initiatieven (80%), OGGz/maatschappelijke opvang(77%), herindicatie van hulp bij het huishouden(70%) en inkoop van hulp bij het huishouden (52%).

Goede relatie met gemeenten

Opvallend is de goede relatie van de adviesraden met de gemeente. Wmo-raden worden serieus genomen door gemeenten vindt 78% en de overleggen met de gemeente verlopen in een goede sfeer, vindt 93%. Ook een meerderheid (58%) van de adviesraden is tevreden over de resultaten van dit overleg: adviesonderdelen worden opgenomen in het beleid. Een negatief oordeel vellen de adviesraden over tijdsaspecten: er is onvoldoende tijd voor de voorbereiding, de gemeente koppelt niet tijdig genoeg terug en er is regelmatig onvoldoende tijd om met de gemeente te overleggen.

Ondersteuning Wmo-raden

Het overgrote deel van de adviesraden krijgt ondersteuning bij het advieswerk; ongeveer de helft van een ambtenaar en de andere helft van een onafhankelijke medewerker van een Zorgbelangorganisatie en in ongeveer tien procent van een medewerker van een GGz-werkgroep.

Politieke prioriteiten Wmo-raden

Wmo-raden vinden dat mantelzorgondersteuning en vrijwilligersbeleid het komende jaar hoog op de politieke agenda moet komen te staan. Andere zaken die als meest belangrijk zijn genoemd, in volgorde van prioriteit, zijn: huishoudelijke hulp en thuiszorg en jeugdzorg en -beleid.

Instrument blijft beschikbaar

De Wmo raden die nog niet hebben deelgenomen aan de zelfevaluatie, kunnen het gehele kalenderjaar 2008 nog deelnemen. Voor meer informatie kunnen zij contact opnemen met de zorgbelangorganisatie in de eigen provincie. De adressen van de regionale zorgbelangorganisaties zijn te vinden op www.zorgbelang-nederland.nl.

Meer informatie

De rapportage is opgesteld door het Verwey-Jonker Instituut en is ook in digitale vorm beschikbaar via de websites van Zorgbelang Nederland (www.zorgbelang-nederland.nl), Lokale Versterking GGz (www.lokaleversterking.nl) en het Verwey-Jonker Instituut (www.verwey-jonker.nl). Gedrukte exemplaren van de rapportage zijn vanaf medio juni beschikbaar.

Voor informatie kunt u contact opnemen met Ida Linse, communicatieadviseur Verwey-Jonker Instituut: 030- 2300799 of 06 - 41506565, ilinse@verwey-jonker.nl

Website en CMS door YPOS