Herstelbemiddeling veelbelovend bij geweldsdelicten onder jongeren

 

Utrecht, 25 augustus 2006

Bemiddelingsgesprekken leiden in verreweg de meeste gevallen tot herstel van de relatie tussen jonge daders en slachtoffers die betrokken waren bij een geweldsdelict. Zowel daders als slachtoffers zijn tevreden over de uitkomsten van herstelbemiddeling en beoordelen de procedure als zorgvuldig en rechtvaardig. De methodiek is gebaat bij een duidelijker plaats in het reguliere strafrecht. De pedagogische waarde kan bovendien beter tot zijn recht komen bij een scherpere controle op gemaakte afspraken.

Dit blijkt uit een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut dat is verricht in opdracht van het ministerie van Justitie. Voor dit evaluatieonderzoek naar de resultaten van herstelbemiddeling zijn de ervaringen van bemiddelaars, daders en jeugdige slachtoffers en hun ouders, in zes proefprojecten onderzocht. De minister van Justitie heeft de Tweede Kamer voorgesteld herstelbemiddeling in (jeugd)strafzaken landelijk in te voeren.

Een op de drie door het Justitieel Casus Overleg (JCO) aangemelde zaken leidt tot een directe confrontatie tussen slachtoffer en dader en hun sociale netwerk. Gekeken is of de interventie leidt tot herstel van materiële en immateriële (relatie, verwerking) schade, en naar hoe betrokkenen het gesprek ervaren en beoordelen. Van de tussen september 2004 tot en met oktober 2005 237 aangemelde zaken is voor 87 zaken herstelbemiddeling toegepast, naast de reguliere strafrechtelijke afhandeling. De meest voorkomende incidenten bij deze onderzochte zaken betreffen lichamelijke mishandeling, bedreiging, en vernieling/aantasting van de openbare orde. In de meeste gevallen zijn de daders first offenders, jongeren tussen de veertien en zeventien jaar. In twee van de drie gesprekken maken de deelnemers afspraken over gedragsregels.

Pedagogische waarde

Individuele en groepsgewijze herstelbemiddeling vormt een nieuwe en confronterende vorm van conflictoplossing. Het onderzoek laat zien dat de interventie bijdraagt aan morele zelfreflectie bij jongeren, een voorwaarde voor gedragsverandering. Bovendien legt de interventie een basis voor een betere omgang met elkaar in de toekomst: dader en slachtoffer zijn doorgaans bekenden van elkaar. De aanwezigheid van het gezinssysteem bij de herstelgesprekken is belangrijk voor de versterking van de pedagogische relatie, maar ook voor het tegengaan van eventuele herhaling van het delictgedrag.

Protocollering

Wil de methode blijvend een waardevolle aanvulling betekenen op het reguliere jeugdstrafrecht, dan is betere nazorg nodig. De onderzoekers adviseren dat de controle op de naleving van (schriftelijke) afspraken verbetert. Een duidelijker bepaling van de positie die herstelbemiddeling inneemt in relatie tot het jeugdstrafrecht is gewenst. Ook zou een actievere uitwisseling over de gehanteerde werkwijze bijdragen aan het komen tot een uniforme methode. Daarbij mag meer gebruik worden gemaakt van alternatieve vormen van herstelbemiddeling. Ook indirecte bemiddeling kan leiden tot een leerproces bij de dader en tot herstelrechtelijke outcomes die passen binnen het Nederlandse rechtssysteem.

Meer informatie:

Dit rapport is te bestellen bij Van Gorcum via www.vangorcum.nl, per telefoon 0592-379555,
fax 0592 379552.

De publicatie is ook te downloaden (PDF) van de website  van het ministerie van Justitie: www.wodc.nl

Voor een recensie-exemplaar en vragen over het onderzoek kunt u contact opnemen met:
Ida C.M. Linse, communicatieadviseur van het Verwey-Jonker Instituut.
Telefoonnummer (030) 23 00 799 of 06 41 50 65 65. ilinse@verwey-jonker.nl

 

Website en CMS door YPOS