Nieuwe generatie migrantenvaders: minder patriarch, meer kameraad

 

Utrecht, vrijdag 27 mei 2005

De jongere generatie vaders in migrantengezinnen voedt in rap tempo anders op dan voorheen. De opvoeding wordt losser, van afstandelijk en autoritair (berust op bevelen en soms slaan) naar opener en autoritatief (berust op uitleg en praten). De vaders raken meer betrokken bij hun kinderen en willen meer tijd met ze doorbrengen. Er is behoefte aan kennis en steun om vragen en problemen bij de opvoeding het hoofd te bieden.

Dit blijkt uit het op 27 mei 2005 in het Haagse Vadercentrum Adam gepresenteerde onderzoek 'Diversiteit in vaderschap'. Het rapport is overhandigd aan de Amsterdamse wethouder Achmed Aboutaleb door onderzoeker Trees Pels van het Verwey-Jonker Instituut.

Voor het eerst is in Nederland kwalitatief onderzoek gedaan naar vaderschap bij Chinese, Creools-Surinaamse en Marokkaanse vaders. Belangrijk, omdat de manier waarop vaders hun gezinsrol invullen de ontwikkeling van hun kinderen sterk beïnvloedt. Ook is de vaderrol bepalend voor de partners om zich te emanciperen. De opvoeding in deze etnische groepen schuift op naar het dominante westerse model. Toch is dat laatste niet het gedroomde eindstation: 'de' Nederlandse opvoeding geldt als te respectloos en over-assertief. Er is een moderniseringstrend te zien, zoals die zich ook onder autochtoon-Nederlandse vaders aftekent. Moeders kunnen vaker buitenshuis werken, vaders willen meer tijd en aandacht aan hun kinderen besteden dan zij nu doen. Maar er zijn ook belemmeringen, zoals de werkdruk bij de Chinezen, opvattingen over mannelijkheid bij de Creoolse Surinamers en Marokkanen en de vasthoudendheid waarmee moeders de regie willen blijven voeren. Vaders die vragen om hulp bij de opvoeding, willen daarbij kunnen rekenen op steun, of het nu is via gespreksgroepen, opvoedtelefoon, intermediairs of pedagogische programma's op de televisie.

Voor welzijnswerkers, pedagogen en hulpverleners ligt er een duidelijke taak in het verschiet om migrantenvaders laagdrempelig met (audiovisuele) informatie en informele uitwisseling te ondersteunen. Zonder paternalisme en structureel gesubsidieerd. Hoewel de meeste vaders menen de opvoeding goed aan te kunnen, betekent dat niet dat het iedereen even glad afgaat. Want het opvoeden in Nederland heeft positieve, maar ook lastige kanten. Het ondersteuningsaanbod zal sterker op vaders toegesneden moeten worden, in plaats van eenzijdig op moeders. Plus met een mannelijk perspectief en bovendien op tijden dat mannen niet werken. Bij de activiteiten moet bijzonder rekening worden gehouden met de 'macht van de traditie': moeders geven de regie over het huishoudelijke reilen en zeilen niet graag uit handen. Dat belemmert vaders een grotere bijdrage te leveren en kan de emancipatie van (toekomstige) vaders en moeders bemoeilijken.

Meer informatie:

Verkrijgbaar in de boekhandel of bij de uitgeverij: 0592-379556, [f] 0592-379552, info@vangorcum.nl, www.vangorcum.nl
Voor vragen over het onderzoek kunt u contact opnemen met: Ida C.M. Linse, communicatieadviseur van het Verwey-Jonker Instituut, telefoonnummer (030) 23 00 799 of 06 41 50 65 65. ilinse@verwey-jonker.nl

Website en CMS door YPOS