Nederland kan vluchtelingengezin betere steun verlenen

 

Utrecht, maandag 20 juni 2005

Vluchtelingengezinnen zijn zeer gemotiveerd om te integreren in de Nederlandse samenleving. Maar ondanks een relatief hoog opleidingsniveau is de werkloosheid groot en zijn er veel geldzorgen. Daarnaast blijken ook het asielverleden, de kinderen en de opvoeding een bron van zorg en onzekerheid. De ondersteuning aan deze gezinnen moet al direct na aankomst en zeker na statusverlening geboden worden. Een actiever - en nabijer - aanbod dat aansluit bij de vragen en problemen van ouders blijft ook daarna van groot belang. Dit stelt het Verwey-Jonker Instituut in de studie 'Vluchtelingengezinnen: Opvoeding en integratie'.

Het onderzoek is maandag 20 juni overhandigd in het Haagse perscentrum Nieuwspoort aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie mevrouw R. Verdonk, door onderzoeker Trees Pels. Over de opvoeding in en ondersteuning van vluchtelingengezinnen in Nederland is weinig systematische informatie beschikbaar. Het boek voorziet in deze lacune. Het is gebaseerd op gesprekken met tachtig moeders van Iraanse, Iraakse, Somalische en Afghaanse herkomst.

Vluchtelingengezinnen hebben meer zorgen en onzekerheden dan andere (allochtone) gezinnen. Het asielverleden drukt een zwaar stempel op het gezin en de opvoeding, bijvoorbeeld doordat ouders kampen met psychische klachten zoals somberheid. Knelpunten rondom de opvoeding van de kinderen blijken te gaan over gezondheid en opvang, communicatie en disciplinering, opvoeden (in de religie) in Nederland, onderwijs, en over de omgang met pubers. Bovendien is de betrokkenheid van vaders vaak geringer dan de moeders wensen. Of de partners raken in elkaars vaarwater, wat vooral tot conflicten leidt over vaders' strengheid.

Er is dus voldoende aanleiding om de ondersteuning van vluchtelingengezinnen voortvarend ter hand te nemen. Temeer daar het onderzoek laat zien dat het bestaande aanbod de gezinnen lang niet altijd bereikt. Dat komt deels door onbekendheid, deels door ervaren afstand, of een gebrek aan vertrouwen in de 'Nederlandse aanpak'. Dit gegeven staat haaks op de motivatie van deze gezinnen om deel te nemen aan de samenleving. De inzet van intermediairen uit eigen kring kan vraag en aanbod dichter bij elkaar helpen brengen. Ook is bijscholing nodig van professionals zodat zij beter aansluiten bij de noden van de gezinnen. Eerder dan nu, en wel tijdens de inburgeringscursus, mag opvoedingsondersteuning aan bod komen. Verder valt te denken aan maatjesprojecten en lotgenotengroepen waar ouders leren van elkaars ervaringen. Tot slot moet er ook een gespecialiseerd aanbod beschikbaar zijn. Want juist vluchtelingenouders en hun kinderen kan psychische problematiek parten spelen.

Meer informatie:

Ida Linse, T (030) 230 07 99

Te bestellen bij: Koninklijke Van Gorcum BV
Antwoordnummer 3; 9400 VB Assen
Tel. 0592 379 556; Fax 0592 379 552
E-mail: verkoop@vangorcum.nl

Website en CMS door YPOS