Plaatsing jongeren zonder strafblad in jeugdgevangenis riskant

 

Utrecht, 1 juli 2004

Er moet een einde komen aan de plaatsing van jongeren die onder toezicht zijn gesteld bij jongeren die een misdrijf hebben gepleegd. De praktijk voldoet onvoldoende aan de doelstellingen van de plaatsing in de inrichting. Omdat de samenplaatsing sterke gevoelens van onrechtvaardigheid oproept bij de jongeren en hun ouders wordt de opvoedkundige taak van de inrichting dermate ondermijnd dat het de kans op ongunstige pedagogische effecten vergroot. Dit zijn enkele conclusies uit het onderzoek 'Samenplaatsing van jongeren in justitiële jeugdinrichtingen' dat het Verwey-Jonker Instituut heeft verricht in opdracht van het ministerie van Justitie.

In het onderzoek 'Samenplaatsing van jongeren in justitiële jeugdinrichtingen' zijn jongeren, ouders en begeleiders elk vanuit hun eigen optiek bevraagd over de samenplaatsing van jongeren in justitiële jeugdinrichtingen. Jongeren die bescherming behoeven tegen zichzelf of hun omgeving en jongeren met ernstige gedragsproblemen worden regelmatig in een jeugdgevangenis opgesloten tussen jongeren die delicten hebben gepleegd. Op 1 januari 2003 was van de 2399 plaatsen in de justitiële jeugdinrichtingen 46% strafrechtelijk geplaatst en 54% niet strafrechtelijk. Het betreft dan steeds vaker jonge kinderen. Zowel op de opvang- als de behandelafdelingen komen zeer jeugdige civielrechtelijk geplaatste kinderen terecht van negen, tien of elf jaar waarvoor in de reguliere jeugdzorg geen plek is.

In de dagelijkse praktijk van de jeugdgevangenis zijn alle jongeren onderworpen aan een zelfde regime, ongeacht de reden van hun plaatsing. De instellingen maken in hun formele beleid geen onderscheid naar juridische status. Door jongeren langere tijd samen te plaatsen wordt de druk tot aanpassing aan de bestaande groep groter om zodoende een plek in de groepshiërarchie te verwerven. De begeleiding en behandeling zijn onvoldoende afgestemd op de problematiek en leeftijd van de jongere. En de groepsleiding kan de jongeren door de gemengde samenstelling van groepen niet de noodzakelijke aandacht geven.
Jongeren, ouders en begeleiding zien het als reëel gevaar dat niet-criminele probleemkinderen crimineel gedrag overnemen door de omgang met strafrechtelijk geplaatste jongeren.
Wel vinden zowel de civielrechtelijk geplaatste jongeren als de ouders dat het gerechtvaardigd is dat de jongere in een gesloten inrichting is geplaatst. Wat zij niet terecht vinden is dat ze in een inrichting moeten verblijven tussen op strafrechtelijke titel geplaatste jongeren.
'De als noodoplossing bedoelde samenplaatsing van deze jongeren is bestaand beleid geworden. Zowel jongeren als ouders vinden het onrechtvaardig dat jongeren die geen strafbaar feit hebben gepleegd aan het regime van een jeugdgevangenis worden onderworpen. Dat zet de opvoedkundige functie van plaatsing in een justitiële jeugdinrichting onder druk', aldus de onderzoekers.

Het onderzoek Samenplaatsing van jongeren in justitiële jeugdinrichtingen geeft inzicht in de ervaringen met samenplaatsing van ouders, jongeren en begeleiders. De voornaamste uitkomsten:

De publicatie is te downloaden via de homepage van het Verwey-Jonker Instituut.

Meer informatie:

Voor vragen over het onderzoek kunt u contact opnemen met: Ida C.M. Linse, communicatieadviseur van het Verwey-Jonker Instituut, telefoonnummer (030) 23 00 799 of 06 41 50 65 65. Ilinse@verwey-jonker.nl

 

Website en CMS door YPOS