Hulpverlening aan probleemgezinnen moet veel simpeler

 

Utrecht, 3 december 2003

Gezinnen die in moeilijkheden verkeren vinden dat signalen en problemen vaak niet of te laat worden herkend en dat hun problemen te gefragmenteerd worden benaderd. Zij pleiten voor een rigoureuze versimpeling van de benadering van gezinnen in probleemsituaties, zodat problemen bijtijds worden herkend.

Dit blijkt uit een onderzoek naar de ketenkwaliteit van voorzieningen voor gezinnen in probleemsituaties in Roermond, dat is uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de ministeries van VWS, Justitie en OC&W, de provincie Limburg en de gemeente Roermond. Aanleiding voor dit onderzoek was de brand in de gemeente Roermond (juli 2002) waarbij zes kinderen om het leven kwamen. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het vandaag verschenen rapport Gezinnen in Onbalans. Onderzoek naar het bereiken van gezinnen in probleemsituaties. Dit onderzoek maakt deel uit van het brede inspectieonderzoek naar de ketenkwaliteit van jeugdvoorzieningen dat is verschenen onder de titel Horen, zien, niet zwijgen. Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Clémence Ross-Van Dorp neemt de onderzoeken vandaag in Den Haag in ontvangst.

Aanleiding

De inspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming heeft een onderzoek ingesteld naar de 'Ketenkwaliteit Jeugdvoorzieningen' in Roermond. Hieruit bleek dat er zaken mis (kunnen) gaan in de afstemming tussen afzonderlijk opererende professionals en instanties die zich met kinderen, jongeren en hun ouders bezighouden. Vooral als het gaat om de onderlinge samenwerking en de overdracht van informatie over cliënten. De ministeries van VWS, Justitie en OC&W, de provincie Limburg en de gemeente Roermond hebben vervolgens een breder onderzoek laten uitvoeren naar hoe de ketenkwaliteit van voorzieningen voor kinderen en gezinnen in probleemsituaties er in de praktijk uitziet. Daarbij zijn alle instanties en professionals betrokken die een rol spelen in de zorg, hulp en ondersteuning aan kinderen, jongeren en hun ouders in probleemsituaties. De onderzoeken zijn uitgevoerd door de Inspecties van Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming, Gezondheidszorg en Onderwijs, en het Verwey-Jonker Instituut.

Signaalpatronen

Het algehele inspectierapport legt de vinger op de gevoelige plek: de samenwerking tussen deze voorzieningen laat nog veel te wensen over. Het is bepaald (nog) geen vanzelfsprekendheid dat over de muren van de eigen instelling wordt heen gekeken. Maar alleen beter samenwerken is onvoldoende. In het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut is bij vijf gezinnen nagaan hoe zij problemen kenbaar maken en hoe hiermee door omstanders en hulpverleners wordt omgegaan. Uit Gezinnen in onbalans blijkt dat het meest prangende probleem is dat signalen en problemen niet of te laat worden herkend. De gezinnen hebben veelal geen helder geformuleerde hulpvraag. Eergevoel, schaamte en loyaliteit maken dat er vaak troebele en diffuse signalen worden uitgezonden. Daarnaast is er sprake van een geleidelijk proces, waarin de problemen zich langzaam opstapelen. Eerdere (slechte) ervaringen maken dat gezinnen aarzelend zijn in het benaderen van hulpverleningsinstellingen. Zij vragen pas hulp op het moment dat zich al een crisissituatie voordoet.

Daar komt bij dat de hulpverlening, als daar al sprake van is, de problemen gefragmenteerd benadert. De gezinnen met jonge kinderen zeggen zelf dat er diverse probleemgebieden zijn, zoals armoede, gebrek aan opvoedingscapaciteiten of sociaal isolement. Er is dan ook meer analyse nodig van de daadwerkelijke behoefte van deze gezinnen. Ouders en jongeren hebben bovendien weinig zicht op hoe de jeugdzorg in elkaar steekt. Het ontbreekt hen aan informatie over de beschikbare organisaties en wat zij doen. Verder vinden de gezinnen het belangrijk dat er één contactpersoon is per gezin.

Actief benaderen

De aanbevelingen in het onderzoek komen van ondervraagde ouders die zelf in de problemen zitten. Uit het onderzoek komt vooral de behoefte aan een rigoureuze versimpeling van de benadering van probleemgezinnen naar voren. Om multiproblem gezinnen te bereiken wordt gepleit voor een actieve benadering van de gezinnen door hulpverleners. Is de stap naar hulpverlening eenmaal gezet, dan willen mensen ook meteen hun verhaal kwijt. Dan mogen er beslist geen gaten vallen in het hulpverleningsproces. Als er wachtlijsten zijn haken mensen weer af. Tot slot moet het belang van het sociale buurtnetwerk niet worden onderschat. Een betere samenwerking van professionals heeft alleen zin als daarbij samengewerkt wordt met de informele zorgverleners die functioneren als steunsysteem voor het gezin.

Meer informatie:

Voor vragen over het onderzoek kunt u contact opnemen met: Ida C.M. Linse, communicatieadviseur van het Verwey-Jonker Instituut, telefoonnummer (030) 23 00 799. Ilinse@verwey-jonker.nl.

 

Website en CMS door YPOS