Sociale activering bijstandscliënten succesvol

 

Utrecht, 20 juni 2002

Het bestand van het bureau Sociale Zaken in Lopik telt 65 fase-4-cliënten: mensen die langdurig een bijstandsuitkering ontvangen, geen (on)betaalde arbeid verrichten en niet maatschappelijk actief zijn. Een intensieve benadering en begeleiding van fase-4-cliënten leiden tot een aanmerkelijk toegenomen maatschappelijke participatie. Daarbij is nauwe samenwerking tussen gemeente en maatschappelijke organisaties onmisbaar. Door deze aanpak van sociale activering staan langdurig bijstandsafhankelijken niet langer aan de kant en komen ze uit de verborgenheid van hun bestaan.

Dit blijkt uit de evaluatie van een proefproject met de methode van sociale activering in de gemeente Lopik. In Sociale activering in de Lopikerwaard. Een onderzoek naar de kansen en mogelijkheden voor samenwerking en activering doet Rob Lammerts van het Verwey-Jonker Instituut verslag van zijn bevindingen met deze methode.

Participatieperspectief

De sector Burgerzaken en Welzijn van de gemeente Lopik ontwikkelt speciaal beleid voor de sociale activering van haar langdurige cliënten. Voor cliënten die lange tijd een bijstandsuitkering ontvangen dreigt een maatschappelijk isolement, ook al omdat het steeds moeilijker wordt de stap naar deelname aan de samenleving te maken. De gemeente geeft een veelomvattende invulling aan het begrip sociale activering. Het eigen participatieperspectief van de cliënten staat hierbij voorop. Het resultaat moet niet alleen maatschappelijke participatie zijn, maar tegelijkertijd een versterking van de sociale infrastructuur opleveren.

Er zijn in het traject van sociale activering twee sporen gevolgd. Ten eerste zijn concrete ervaringen opgedaan met de activering van fase 4-cliënten van het bureau Sociale Zaken in Lopik. Daarvoor is de methode Activerend Interview gebruikt om een groep fase 4-cliënten te activeren tot maatschappelijke participatie. Voor tweederde van de cliënten die hiervoor een plan ontwikkelden heeft dit voldoening gevende activiteiten opgeleverd, zoals een baan of een opleiding.

Het tweede spoor moest leiden naar een hecht samenwerkingsverband van gemeente, maatschappelijke instellingen en (vrijwilligers)organisaties. Uit deze aanpak komt onder meer naar voren dat sociale activering in een plattelandsgemeente als de gemeente Lopik specifieke mogelijkheden en belemmeringen kent. Zo konden scholen na schooltijd voor activiteiten voor ouderen worden benut en werden vervoersproblemen aangepakt. Met de lessen die daaruit getrokken zijn kunnen andere plattelandsgemeenten hun voordeel doen.

Het Verwey-Jonker Instituut heeft bij dit project onderzoeksmatige ondersteuning geboden, onder meer door het helpen vormgeven van een netwerk voor sociale activering. Dit heeft geleid tot een betere samenwerking en de uitgave van een voorzieningengids.

Het onderzoek 'Sociale activering in de Lopikerwaard' levert belangrijke bouwstenen op voor het opstellen of bijstellen van een beleid voor de begeleiding van bijstandscliënten naar vormen van maatschappelijke participatie.

Meer informatie:

De rapportage 'Sociale activering in de Lopikerwaard. Een onderzoek naar de kansen en mogelijkheden voor samenwerking en activering', door drs. Rob Lammerts is in opdracht van de gemeente Lopik opgesteld door het Verwey-Jonker Instituut, juni 2002.
ISBN: 90-5830-091-9, 78 pag., verkoopprijs 9,50.

Voor vragen over het onderzoek kunt u contact opnemen met:
Rob Lammerts, onderzoeker of Ida C.M. Linse, communicatieadviseur Verwey-Jonker Instituut, telefoonnummer (030) 23 00 799. E-mail: Ilinse@verwey-jonker.nl.

Website en CMS door YPOS