Seksespecifieke hulpverlening niet meer weg te denken

 

Utrecht, 1 mei 2002

Seksespecifieke hulpverlening is in de geestelijke gezondheidszorg een bijna vanzelfsprekende zaak geworden. Anno 2000 bieden GGZ-instellingen op bijna alle afdelingen voor zowel kortdurende als langdurende behandeling, een samenhangend hulpaanbod dat rekening houdt met de verschillende psychische problemen van mannen en vrouwen. Seksespecifieke hulpverlening (voorheen vrouwenhulpverlening genoemd) komt bijna overal binnen de intake en behandeling aan bod. Toch blijkt dit niet uit het kwaliteitsbeleid van de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut hebben drie nieuwe kwaliteitsinstrumenten ontwikkeld voor een goede inzet van seksespecifieke hulpverlening. GGZ-Nederland stelt de instrumenten binnenkort beschikbaar via de website http://www.ggznederland.nl.

Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut, gepubliceerd in het rapport Seksespecifieke hulpverlening als meetlat voor een kwalitatief goede zorg. GGZ Nederland gaf opdracht tot het onderzoek, dat deel uitmaakt van het programma Kwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg van ZorgOnderzoek Nederland (ZON). In het rapport gaan de onderzoekers na hoe seksespecifieke hulp-verlening en kwaliteitsbeleid van GGZ-instellingen één geheel kunnen vormen.

Specifieke hulpverlening

Psychische problemen van mannen en van vrouwen kunnen erg verschillend zijn. Vanaf de jaren zeventig is een specifieke vorm van hulpverlening ontwikkeld die aansluit op verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen vrouwen onderling. Bij de opvang van mannen en vrouwen wordt gelet op de culturele achtergrond, seksuele oriëntatie en maatschappelijke positie. Sinds het onderzoek van Egtberts in 1991 en van Plemper en Steketee in 1996, blijkt het aanbod seksespecifieke hulpverlening (SHV) steeds meer geïntegreerd te zijn. Tien jaar geleden bood het merendeel van de instellingen (80%) activiteiten aan op het gebied van SHV, toen nog vrouwenhulp-verlening genoemd. Het aanbod bleef echter beperkt tot de ambulante hulpverlening, zoals de poliklinieken en de deeltijdbehandeling. Nu heeft SHV zich uitgebreid tot alle sectoren, hoewel er in de GGZ-instellingen nog steeds afdelingen bestaan die dit niet aanbieden.

Kwaliteitsbeleid

De rijksoverheid streeft vanaf begin jaren tachtig naar de integratie van seksespecifieke hulpverlening binnen de GGZ-instellingen. Deze kunnen dat bereiken door al bij het opstellen van kwaliteitsstandaarden rekening te houden met seksespecifieke hulpverlening.
Het Verwey-Jonker Instituut heeft geïnventariseerd welke kwaliteitsstandaarden en instrumenten de GGZ-instellingen hanteren en of deze aangevuld kunnen worden met seksespecifieke hulpverlening. Een belangrijke bevinding is dat in het kwaliteitsbeleid van de instellingen SHV nauwelijks is terug te vinden. De kwaliteitsfunctionarissen zijn er weliswaar in geïnteresseerd, maar vinden het niet eenvoudig een indicatie voor SHV in een protocol of scorelijst vast te leggen.

De opstellers van het rapport geven diverse redenen voor dit gebrek aan aandacht in de kwaliteitsinstrumenten. Kwaliteitsbeleid is sterk gericht op het ontwikkelen van protocollen en standaarden. Dit gaat niet altijd samen met het uitgangspunt van empowerment van vrouwelijke én mannelijke cliënten in de seksespecifieke hulpverlening. Want sommige zaken laten zich moeilijk in protocollen of standaarden vastleggen, zoals aandacht voor de rol die gender speelt in het optreden en voortduren van klachten. Dat geldt ook voor de invloed van macht en gender in het contact met de cliënt. Bovendien lijkt de aandacht voor niet alleen de klachten, maar ook de kracht van vrouwen en mannen, moeilijk in instrumenten vast te leggen.

Resultaten

Voor een effectieve aanpak van psychische problemen van mannen en vrouwen is het van belang om al bij het opstellen van kwaliteitsstandaarden rekening te houden met seksespecifieke hulpverlening. De onderzoekers hebben drie kwaliteitsinstrumenten ontwikkeld die recht doen aan inhoud en uitgangspunten van SHV. Het eerste instrument is een model intakeprotocol. Het tweede is een module SHV, als aanvulling op de landelijke GGZ-thermometer die waardering door cliënten meet. Het derde instrument is een Quick Scan waarmee GGZ-instellingen het aanbod en de mate van integratie van SHV kunnen meten. Panels van deskundigen hebben de bruikbaarheid van de instrumenten in de praktijk beoordeeld.

Meer informatie:

Majone Steketee, onderzoeker, of met Ida C.M. Linse, communicatieadviseur van het Verwey-Jonker Instituut, telefoonnummer (030) 23 00 799
E: Ilinse@verwey-jonker.nl.

 

Website en CMS door YPOS